Chenin Blanc

Haar roots liggen in de Loirestreek, maar intussen is ze de nationale trots van Zuid-Afrika. Soms wordt ze ook wel Steen genoemd. Het was één van de eerste druiven die de kolonisten het land in brachten in de 16de eeuw. Met bijna 18.000ha is ze de onbetwiste nummer één in aanplant. De voornaamste regio’s van aanplant zijn: Breedekloof, Olifantsrivier, Paarl, Swartland en Worcester. Het is een complexe druif die we in alle stijlen kunnen terugvinden. Zowel mousserend, droog, zoet en zelfs versterkt. De twee voornaamste stijlen zijn de wooded en de unwooded, met en zonder eikrijping. De unwooded Chenins komen uit koelere regio’s zoals Elgin en zijn licht fruitig met een verfrissende aciditeit. De wooded varianten komen uit iets warmere streken zoals Stellenbosch en Franschhoek en zijn voller, complexer en hebben meer tropisch fruit. De druif kan quasi elke stijl aan, denk maar aan schuimwijn, halfdroge, zoete tot zelfs straw wine (vin de paille).

Tijdens onze wijnreizen naar Zuid-Afrika ontdekten we de culinaire veelzijdigheid van Chenin. Op restaurant konden we er eigenlijk nooit mee missen als witte wijn. De frisse Chenins gaan goed bij oesters, vistartaar zoals tonijn of zalm. Ook avocado en asperges passen zeer goed. Verder zijn zomerse salades met een appeltje of een peertje in verwerkt ook fantastisch. De wat vollere met eikrijping zijn goed bij rijkere visgerechten zoals zalm met een roomsaus, geroosterde kip of pork belly (met een appelsausje).

In Hongarije (6ha)vonden we deze druif heel uitzonderlijk terug bij een biodynamische wijnmaker in Badacsony, maar voorlopig blijft het een curiosum.