Kékfrankos

‘ke:kfrɑŋkosj (keek frankosj)

De absolute nummer één druif van Hongarije met maar liefst 7542ha aanplant (50% van de wereldaanplant). Sopron is dé referentie voor monocépage en verder vinden we ze in bijna elke streek van het land terug terug. Ze is met name belangrijk in de streken Szekszárd en Eger, niet alleen als monocépage maar vooral ook als hoofddruif in de bekende bikavérblends. Ze zorgt voor fraicheur, fruit en kruidigheid en veel rood fruit in hun jeugd. De wijnen uit Sopron hebben een hoge aciditeit, zitten barstensvol fruit en hebben fijne zijdezachte tannines. Wil je eens all the way Hongaars gaan, probeer dan eens een Kékfrankos of Blaufränkisch zoals we deze druif misschien beter kennen. Ze is van oorsprong wellicht Oostenrijks. Ze is een natuurlijke kruising tussen de blauwe Zimmetraube en de witte Gouais Blanc. De eerste vermeldingen ervan zien we midden 19de eeuw in Oostenrijk en Duitsland. In Hongarije verschijnt ze pas in 1890 voor het eerst, maar dan onder haar oude naam Nagyburgundi (Grote Bourgondiër). Volgens een legende uit de tijd van Napoleon moesten de wijnbouwers uit Sopron (vlakbij Oostenrijk) betaald worden met blauwe franken, die meer waarde hadden. Veel waarheid schuilt er in deze legende wellicht niet, omdat er in die tijd bijna uitsluitend witte wijn gemaakt werd in Hongarije en de druif zelf pas enkele decennia later haar weg naar Hongarije vond.

Als we Kékfrankos moeten samenvatten kunnen we stellen dat het een veelzijdige druif is van hoge kwaliteit. Van rosés en fruitige rode wijnen tot eikgerijpte blockbusters en de eerder vernoemde bikavérblends. Afhankelijk van de stijl hebben we toch vaak veel fruit, waarbij we denken aan aardbei, framboos en viooltjes en frisse kruidige toetsen. Sappige zuren en matige tannines typeren deze wijnen. De druif voelt zich op meerdere bodemtypes thuis en kan houtrijping aan.

Doordat we deze druif in zoveel verschillende gedaantes kunnen terugvinden zijn ze culinair zeer breed inzetbaar. De rosés en lichtere stijlen doen het goed bij gerechten op basis van tomaat, zoals pasta’s of pizza’s, gegrilde groenten en de rijke Hongaarse soepen, in het bijzonder de typische Halászlé (pittige soep met riviervis). De vollere stijlen gaan dan weer goed met gebakken levertjes, geroosterd vlees, gebraad, wildstoofpotjes en geroosterd wild.