Feketeleányka

fɛ’kɛtɛ lɛa:ɲkɒ (fek-e-te-le-aan-ka)

Feketeleányka is bijzonder populair in Roemenië, waar ze Feteascã Neagrã genoemd wordt. De naam betekend letterlijk “zwart meisje” of Black Maiden in het Engels. De druif geeft stevige wijnen met aardig wat tannines en veel zwart fruit zoals braambessen, pruimen en zwarte kersen. Soms krijgen we ook kruidige toetsen van peper en kaneel. De wijnen worden vaak opgevoed op eiken vaten of op grote foeders. De mooie balans tussen de taninnestructuur en de zuurtegraad geven een goed bewaarpotentieel.

Genetisch is deze druif verwant met de witte variant Leányka of Feteascã Albã, wat “wit meisje” betekent.

In Roemenië staat ongeveer 1000ha aangeplant, in Hongarije amper 2,6ha.

 

 

Foodpairing

Voor de foodpairing werken delen we de wijnen in in twee groepen. De easy drinking elegante versies en de meer tanninerijke houtgelagerde Feketeleánykas.

 

De elegante stijl gaat goed met:

• rundsfilet met kruidenboter en gebakken aardappelen in de oven

• gebakken kwartel met rode wijnsaus, ui, rozemarijn en gratin dauphinois.

• de klassieker: Coq au Vin

•Ratatouille

 

De krachtigere versies gaan dan weer goed bij:

• geroosterd rundsvlees met portosaus, ui, look, zoete puntpaprika en rozemarijnaardappelen

• everzwijngoulash met gebakken rode paprika’s en polenta

• wildgoulash met foie gras, balsamicoazijn, look en aardappelpuree

• geroosterde eend uit de oven met groene kruiden, gebakken appeltjes en een reductie van balsamicoazijn

• zwarte chocolademousse met chili, rode peper en zeezout

• lavacake met zwarte chocolade